Gratis PDF · groep 8 · makkelijk

Taal oefenen voor groep 8

Oefen taal voor groep 8 met 10 gratis meerkeuzevragen. Download de PDF en bekijk daarna de antwoorden en uitleg.

Zo gebruik je de toets

Printen, maken en samen nakijken.

  1. 1

    Download en print de PDF.

  2. 2

    Laat de 10 vragen rustig maken.

  3. 3

    Bekijk de antwoorden en bespreek de uitleg.

Online bekijken

De 10 oefenvragen

Open het antwoord pas nadat de vraag is gemaakt.

  1. Vraag 1

    Welke uitspraak past het best bij het tekstdoel van de schrijver? Tekst: “Tijdens de pauze mogen leerlingen een speelkaart lenen bij de conciërge. Zo kunnen ze samen een spel doen en hoeven ze geen eigen spullen mee te nemen.”

    1. ADe schrijver wil uitleggen hoe je een spel zelf maakt.
    2. BDe schrijver wil informatie geven over een afspraak op school.
    3. CDe schrijver wil je overtuigen om thuis meer te spelen.
    4. DDe schrijver wil waarschuwen voor gevaar tijdens de pauze.
    Bekijk antwoord en uitleg

    De schrijver wil informatie geven over een afspraak op school. — Kijk naar wat de schrijver wil bereiken: informeren, overtuigen of waarschuwen.

  2. Vraag 2

    Lees de uitspraak: “Ik vind dat het toetsenrooster te laat wordt bekendgemaakt.” Wat is deze uitspraak?

    1. AEen feit
    2. BEen mening
    3. CEen opdracht
    4. DEen conclusie met bewijs
    Bekijk antwoord en uitleg

    Een mening — Een mening bevat vaak woorden als ‘ik vind’ of ‘volgens mij’.

  3. Vraag 3

    Welke optie bevat het juiste signaalwoord voor een oorzaak-gevolgrelatie? “De klas gaat vroeger naar huis, ________ het een extra vrije dag is.”

    1. ATerwijl
    2. BOmdat
    3. CDaarom
    4. DMaar
    Bekijk antwoord en uitleg

    Omdat — Zoek een signaalwoord dat aangeeft waarom iets gebeurt.

  4. Vraag 4

    Welke zin is de kernzin van de tekst? Tekst: “Vorige week leerden we in de les hoe je een bron kunt checken. De docent liet zien dat je moet kijken naar de maker en naar de datum. Daarna oefenden we met twee voorbeelden.”

    1. AVorige week leerden we in de les hoe je een bron kunt checken.
    2. BDe docent liet zien dat je moet kijken naar de maker en naar de datum.
    3. CDaarna oefenden we met twee voorbeelden.
    4. DVorige week leerden we in de les hoe je een bron kunt checken en daarna oefenden we.
    Bekijk antwoord en uitleg

    Vorige week leerden we in de les hoe je een bron kunt checken. — De kernzin zegt waar de tekst vooral over gaat.

  5. Vraag 5

    Lees de korte tekst en kies de juiste conclusie in 1 zin. Tekst: “Veel leerlingen nemen een waterfles mee naar school. In de klas drinken ze ook tussendoor. De docent zegt dat dit helpt om niet te snel moe te worden.”

    1. ALeerlingen nemen vaak geen waterfles mee omdat ze moe worden.
    2. BLeerlingen drinken tussendoor water, zodat ze langer energie hebben.
    3. CAlle leerlingen zijn het eens met de docent over water.
    4. DDe docent wil dat leerlingen water niet in de klas drinken.
    Bekijk antwoord en uitleg

    Leerlingen drinken tussendoor water, zodat ze langer energie hebben. — Kies de optie die past bij de informatie in de tekst, zonder iets extra’s toe te voegen.

  6. Vraag 6

    Welke bewering klopt over de zinsbouw? Zin: “Omdat het regende, bleef de club thuis.”

    1. ADe hoofdzin is “Omdat het regende”.
    2. BDe bijzin is “Omdat het regende”.
    3. CEr is alleen een hoofdzin.
    4. DEr is geen bijzin in de zin.
    Bekijk antwoord en uitleg

    De bijzin is “Omdat het regende”. — Een bijzin begint vaak met een voegwoord zoals ‘omdat’.

  7. Vraag 7

    Welke zin bevat een hoofdletter op de juiste plaats?

    1. Amorgen gaan wij naar het museum.
    2. Bgisteren hebben we met een gids gesproken in amsterdam.
    3. CVolgende week komt de burgemeester langs.
    4. DIk wil graag meer weten over het franse eten.
    Bekijk antwoord en uitleg

    Volgende week komt de burgemeester langs. — Let op: na een punt en bij de naam van personen/plaatsen start je met een hoofdletter.

  8. Vraag 8

    Welke optie is het beste advies (imperatief) op basis van de tekst? Tekst: “Als je een spreekbeurt houdt, is het slim om je voorbereiding in stukjes te verdelen. Zo blijf je overzicht houden en vergeet je minder snel belangrijke informatie.”

    1. AJe hoeft je spreekbeurt niet voor te bereiden.
    2. BVerdelen is niet nodig; je kunt alles tegelijk doen.
    3. CVerdeel je voorbereiding in stukjes.
    4. DZorg dat je belangrijke informatie juist weglaat.
    Bekijk antwoord en uitleg

    Verdeel je voorbereiding in stukjes. — Zoek een zin die oproept tot handelen: wat moet je doen?

  9. Vraag 9

    Welke zin bevat een bijvoeglijk naamwoord (bijv. “belangrijke” of “lange”)?

    1. ADe bus vertrekt om 17.30 uur.
    2. BWe kregen een belangrijke opdracht van de docent.
    3. CIk begrijp de som niet.
    4. DGisteren hebben we samen geoefend.
    Bekijk antwoord en uitleg

    We kregen een belangrijke opdracht van de docent. — Een bijvoeglijk naamwoord zegt iets over een zelfstandig naamwoord.

  10. Vraag 10

    Wat is de juiste volgorde van gebeurtenissen in de tekst? Tekst: “Tijdens de voorbereiding maakten de leerlingen eerst een planning. Daarna verdeelden ze taken. Als laatste oefenden ze hun presentatie.”

    1. AEerst taken verdelen, daarna oefenen, als laatste planning maken.
    2. BEerst planning maken, daarna taken verdelen, als laatste oefenen.
    3. CEerst oefenen, daarna planning maken, als laatste taken verdelen.
    4. DEerst taken verdelen, daarna planning maken, als laatste oefenen.
    Bekijk antwoord en uitleg

    Eerst planning maken, daarna taken verdelen, als laatste oefenen. — Let op volgordewoorden zoals ‘eerst’, ‘daarna’ en ‘als laatste’.

Downloaden

Bewaar of print de oefentoets.

De antwoorden en uitleg staan achter de vragen in dezelfde PDF.

Download PDF

Verder oefenen

Meer taal voor groep 8

Bekijk de onderwerpen en een extra voorbeeldvraag voor deze groep.

Bekijk de oefenpagina

Deze oefentoets bevat zelfgemaakte vragen en is niet afkomstig van of goedgekeurd door Stichting Cito of een andere toetsaanbieder. Onderwerpen en niveau kunnen per school verschillen.

Een nieuwe toets maken?

Oefen verder in Slimmerik Trainer.

Kies zelf groep, vak, niveau en het aantal vragen.

Download in deApp Store