Gratis PDF · groep 5 · gemiddeld
Taal oefenen voor groep 5
Oefen taal voor groep 5 met 10 gratis meerkeuzevragen. Download de PDF en bekijk daarna de antwoorden en uitleg.
Zo gebruik je de toets
Printen, maken en samen nakijken.
- 1
Download en print de PDF.
- 2
Laat de 10 vragen rustig maken.
- 3
Bekijk de antwoorden en bespreek de uitleg.
Online bekijken
De 10 oefenvragen
Open het antwoord pas nadat de vraag is gemaakt.
- Vraag 1
Lees de zinnen. 1. Elke middag ___ Noor een brief. 2. Morgen ___ de trein later. 3. Wij ___ na school nog even buiten. Welke optie geeft bij alle drie zinnen de juiste persoonsvorm?
Bekijk antwoord en uitleg
1 leest, 2 komt, 3 spelen — Kijk naar het onderwerp (enkelvoud/meervoud) en naar de werkwoordsvorm die daarbij past.
- Vraag 2
In de zin staat een woord dat een handeling noemt. Onderstreep: "Tijdens de vakantie fietsen we elke dag". Welk woord is het werkwoord (de handeling)?
Bekijk antwoord en uitleg
fietsen — Zoek het woord dat zegt wat er gebeurt.
- Vraag 3
Lees de tekst. "Tom woont in een klein dorp. Hij houdt van vissen. Elke zaterdag gaat hij naar de rivier met zijn vader. De vis die hij vangt, zijn vaak voor het avondeten." Is dit een tekst met vooral feitelijke informatie (non-fictie) of is het vooral een verhaal (fictie)?
Bekijk antwoord en uitleg
Fictie — De tekst vertelt gebeurtenissen over een personage. Daardoor is het vooral een verhaal (fictie), ook al zou het in het echt kunnen gebeuren.
- Vraag 4
Lees de advertentie. "MUSEUMWEEKEND Zaterdag 10.00–17.00 en zondag 10.00–16.00 Kom kijken naar de tentoonstelling over treinen. Je krijgt een gratis sticker bij je bezoek. Toegang: € 3,50 per persoon. Kinderen tot 6 jaar gratis." Welke zin klopt het best als je het advertentieboodschap samenvat?
Bekijk antwoord en uitleg
Tijdens het museumweekend kun je de trein-tentoonstelling bezoeken en krijg je een gratis sticker. — Zoek in de tekst de belangrijkste boodschap: wat kun je doen, voor wie, en wat is het voordeel?
- Vraag 5
Kies de juiste meervoudsvorm. Welke zin is correct?
Bekijk antwoord en uitleg
De jongen zet twee stoepkrijtjes op het pad. — Let op of het woord in meervoud een passende vorm krijgt en of de zin logisch blijft.
- Vraag 6
Lees de zin. "Na de regen zette de tuinman de planten in een bak met water, zodat ze weer gingen groeien." Wat betekent het woord "zodat" in deze zin?
Bekijk antwoord en uitleg
om ervoor te zorgen dat — Vervang "zodat" door een woordgroep die uitlegt waarvoor het gebeurt.
- Vraag 7
Kies het juiste lidwoord (de/het). "___ herfst is vaak wisselvallig. In ___ ochtend is het soms nog mistig, maar later wordt het zonnig."
Bekijk antwoord en uitleg
de herfst / de ochtend — Denk na of het woord in het Nederlands "de" of "het" krijgt.
- Vraag 8
Lees de alinea. "Op het plein staat een nieuwe ruilkast. Eerst kun je een boek inleveren dat je al gelezen hebt. Als je een boek ruilt, moet je geen nieuw boek kopen. Je neemt hetzelfde aantal boeken mee dat je hebt ingeleverd." Welke uitspraak is waar volgens de tekst?
Bekijk antwoord en uitleg
Je hoeft geen boeken te kopen om te ruilen. — Zoek de zin in de tekst die het gekozen antwoord rechtstreeks ondersteunt.
- Vraag 9
Welke zin bevat een persoonsvorm in de tegenwoordige tijd?
Bekijk antwoord en uitleg
Elke week helpen wij mee op school. — Kijk naar aanwijzingen zoals "elke week" of "nu/tegenwoordig" in de zin.
- Vraag 10
Lees de uitspraken. 1. "Dit boek is spannend." 2. "Het boek heeft 128 bladzijden." 3. "Ik vind het verhaal grappig." 4. "Het boek is geschreven door Mevrouw Vermeer." Welke combinatie bestaat alleen uit meningen?
Bekijk antwoord en uitleg
1 en 3 — Meningen zijn subjectief (je vindt/je denkt). Feiten kun je controleren met informatie uit het boek.
Deze oefentoets bevat zelfgemaakte vragen en is niet afkomstig van of goedgekeurd door Stichting Cito of een andere toetsaanbieder. Onderwerpen en niveau kunnen per school verschillen.
Een nieuwe toets maken?
Oefen verder in Slimmerik Trainer.
Kies zelf groep, vak, niveau en het aantal vragen.